Natuurgeheimen

Kampereiland en de rivierarmen Ganzendiep en Goot

  • 2 minuten leestijd
  • 663 x bekeken

Kort na de Middeleeuwen ontstonden in de monding van de IJssel allerlei zandplaten die men kunstig liet opslibben om er goed boerenland van te maken. De grasgroei daarop was tot ver over de landsgrenzen bekend en men liet er ossen op vetweiden, ossen die tot ver uit het Pruisen van die tijd hier naar toe kwamen; in de herfst gingen die dieren weer in karavaansoptocht via Hessenwegen in oostelijke richting, een jaarlijks schouwspel.

Het gebied kenmerkt zich doordat de bebouwing (althans de originele) alleen op terpen gebouwd was. In lage delen liggen nog overblijfselen van de oeroude kreken of oude rivierarmen. De graslanden en lage dijkjes waren tot begin jaren ’70 nog erg rijk aan plantensoorten (Wilde margriet, Pastinaak, Fluitekruid) en weidevogels.

Er lopen nog twee brede stromende, voormalige IJssel-armen door het gebied: de Goot en het Ganzendiep en meer naar het westen toe ligt er het Noorddiep, maar deze is geheel afgedamd en ligt geïsoleerd: het is een belangrijk viswater met een rijke onderwater-begroeiing en opvallend veel Gele Plomp, een soort waterlelie met gele bloemen.

Belevingstips

  • Stap op de fiets en bekijk het Kampereiland met dit fietsrondje van 28 kilometer. Via de fietsknooppunten van het fietsnetwerk kom je langs diverse bezienswaardigheden.

  • Breng een bezoek aan museumboerderij Kampereiland. In en om de boerderij kun je kennis maken met het leven en werken op de boerderij zoals dat ongeveer honderd jaar geleden gebruikelijk was op het Kampereiland.