Zwartewatersklooster

Zwartewatersklooster: de rust en de ridders

  • 3 minuten leestijd
  • 255 x bekeken

Voor veel mensen is Zwartewatersklooster een verborgen plekje. Het buurtschap aan de rand van het Staphorsterveld tussen Zwartsluis en Hasselt is uit categorie ‘Weg van de snelweg’. Sterker nog, ook de provinciale weg is haast uit zicht bezien vanuit dit schilderachtige stukje Overijssel. Naast het natuurschoon kleeft er ook veel interessante historie aan het gebied. Amateurarcheoloog Paul Rademaker (80) is er vol overgave ingedoken en geeft een korte rondleiding.

“Dit is het mooiste kerkhof dat ik ooit beleefd heb, hier vind je een hele piëteitvolle sfeer”, vertelt Paul Rademaker als hij het hekwerk opent van de begraafplaats van Zwartewatersklooster. De rust en de stralende lentezon versterken de sereniteit des te meer. Maar voor Rademaker is het niet zozeer de zichtbare landelijke schoonheid van het buurtschap, maar vooral de ridderverhalen die hij heeft opgedoken over de historie van de geschiedenis.

Rademaker is jaren geleden tot een theorie gekomen waarin hij steeds meer in bevestigd is. Voor zichzelf weet hij het zeker, maar blijft benadrukken dat het vooral ‘waarschijnlijk’ is: 150 omgekomen ridders van de Slag bij Ane liggen begraven in de grond van Zwartewatersklooster. Vanaf de huidige begraafplaats wijst hij in noordwestelijke richting. “800 meter hiervandaan bij de kolk moet het ongeveer zijn.” Rademaker gaat even gebogen en pakt eerst een stukje leisteen en dan een stuk menselijk bot van de grond. “Dat vind ik nou mooi. Het leistein is waarschijnlijk van het klooster dat vroeger op deze plek stond.” Hij bukt nog eens en vindt een stukje metselkalk. “Ik loop hier altijd naar de grond te loeren.”

Ongeveer 15 jaar geleden werd Rademaker na een gesprek met de -inmiddels overleden- Albert ten Klooster op dat spoor gezet. “Van geslacht op geslacht ging in zijn familie het verhaal dat bij de kolk ridders begraven liggen.” Deze ridders werden in 1227 door de Bisschop van Utrecht, Otto van Lippe naar het oosten gestuurd om de strijd aan te gaan met opstandige Drenten. Onder leiding van Rudolf van Coevorden wonnen de Drenten de veldslag door de ridders het moeras in te lokken. Het leger van de bisschop zonk weg in het veen en werd een makkelijke prooi voor de Drentse boeren.

Op het spoor gezet door het familieverhaal ging Rademaker verder met een grondige archiefstudie onder meer in het Duitse Bentheim en bij het Historisch Centrum Overijssel. Verderop, aan de andere kant van de bossen met eendenkooien, is Rademaker dichter bij wat ‘de olde kerkhofskolk’ wordt genoemd. Na een lezing drie jaar geleden kreeg de archeoloog speciale gefilterde luchtfoto’s onder ogen, waarop een nederzetting zichtbaar werd op de plek die Albert ten Klooster had aangewezen. Bodemradaronderzoek werd verricht door de Zwolse stadsarcheoloog Hemmy Clevis. “Daaruit werden de verschijnselen duidelijk van allerlei bebouwing en verstoring van de bodem.” Nu is het wachten op groen licht voor het echte graafwerk en bodemonderzoek. Maar Rademaker is blij en trots wat nu al bekend is geworden. “Dit neemt niemand mij meer af.”