navigatie overslaan
Op en om het water

De kogge in illuster rijtje

  • 5 minuten leestijd
  • 613 x bekeken

KAMPEN – “Eerst had je vikingschepen, toen kogges, daarna VOC-schepen en nu heb je containerschepen”, somt Reijer van ’t Hul, historisch geweten en vrijwilliger bij de Kamper Kogge op. Om maar even aan te geven in welk illuster rijtje de kogge thuishoort. Ga maar eens bij Reijer op de koffie. Neem een sigaar voor hem mee en de oud-onderwijzer kan uren vertellen over de tijd van de kogges in Kampen.

Wat als de kogge er niet was geweest? “Dan deden ze alles met paard en wagen en met wat rivieraken”, steekt de gepensioneerd schoolmeester van wal. Reijer rekent voor. “Op een paard en wagen paste maximaal duizend kilo aan goederen. Op een kogge wel zeventigduizend kilo. Gemiddeld reed een paard met wagen vier kilometer per uur. Maar de paarden moesten ook rusten, dus ze kwamen niet verder dan vijfentwintig kilometer op een dag. En wat dacht je van de rovers die ze onderweg tegenkwamen?”, oppert Reijer. “Een kogge ging gemiddeld ook vier kilometer per uur. Soms hadden ze wind mee, soms tegen. Maar ze konden dag en nacht door. Een kogge kon dus wel honderd kilometer per etmaal maken. Tel uit je winst.”

En de kogge is rond 1300 nodig, want de Hollanders ruiken handel. Graan, bier en pelzen uit Rusland en de Baltische Staten of haring uit de Oostzee. Ook Frankrijk en Engeland worden aangedaan, voor wijn, zout of wol. En dat met scheepjes van twintig bij acht meter en een diepgang van twee meter. “Kijk dan”, Reijer wijst naar een houten plaquette van een kogge met ernaast een enorm model van een VOC-schip. “Dat is toch een enorme evolutie geweest. Van zo’n klein scheepje met één mast, een vierkant razeil naar van die enorme driemasters.” Uit boeken en archieven weet Reijer dat één op de vier kogges niet terugkeerde in de haven van Kampen. “Dat wil niet zeggen dat die kerels allemaal verzopen hoor. De meeste kogges vergingen langs de kust, dus de meeste kerels konden zich wel redden. Maar ja, sleepboten waren er in die tijd niet om die kogges weer los te trekken.”


omschrijving
omschrijving


Reijer van ’t Hul (67) op de stevenbalk van de Kamper Kogge. De gepensioneerd onderwijzer heeft twee linkerhanden, zegt hijzelf. Daarom heeft hij als vrijwilliger bij de Kamper Kogge vooral de rol om de boeiende geschiedenis van de Kamper kogge te bewaren en door te geven.


Tussen 1250 en 1450 zijn de kogges dominant op zee en dan vooral langs de kusten van Europa. En Kampen is samen met steden als het Noord-Duitse Lübeck, het Vlaamse Brugge en het Noorse Bergen toonaangevend. “Amsterdam was in die tijd nog maar een vissersdorpje en Rotterdam bestond nog niet. Die twee steden kwamen pas later op.” Waar ging het dan mis met Kampen? “De welvaart in Kampen kwam door een zondvloed en ging ook weer door een zondvloed”, concludeert Reijer enigszins triest. “Als dat niet was gebeurd, was Kampen hoofdstad van ons land geworden.” Hij valt even stil. “Wellicht”, voegt hij er aan toe.

Reijer legt uit. “Tot het jaar 1000 bestond de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer en de Noordoostpolder, red.) uit een aantal kleine vaargeulen en ondiep water. Maar door enorme stormen ontstond de Zuiderzee. Daardoor werd de ligging van Kampen perfect: dichtbij de Zuiderzee en aan de monding van de IJssel. Mooier kon je het niet hebben. Kampen had in die tijd wel zes- of zevenduizend inwoners, en zeker honderd kogges. Op zo’n kogge ging twintig man en zeventig ton aan goederen mee. Dus kun je wel nagaan dat Kampen leefde van de handel met de kogges.” Reijer schetst de koggeperiode. Hij ziet touwslagers, zeilmakers, matrozen en kooplieden. Op een oude schoolplaat laat hij Kampen uit die periode zien. Bedrijvigheid alom. Stenen stadsmuren en een stenen kerk betekenen rijkdom.

Totdat nieuwe stormvloeden rond 1400 roet in het eten gooien. Door de stormen ontstaat de Biesbosch en de Rijn krijgt alle ruimte. Dit gaat ten koste van de IJssel; de rivier krijgt minder water, dus minder stroming, wordt ondiep en verzandt. “Kogges konden Kampen nog maar moeilijk bereiken, dus was het gauw gedaan”, concludeert Reijer droog. De Kampenaar richt zich op de visserij of vertrekt naar steden waar wel wat valt te verdienen.

Laatst kreeg Reijer een ingeving. “Noem het een eyeopener”, zegt hij zelf. “Als je de maritieme geschiedenis van handelsschepen grofweg opdeelt in vier delen dan hoort de kogge daarbij. Rond het jaar 1000 zijn er de vikingschepen. Die roeien en zeilen overal heen. Tot Groenland aan toe. En dat zijn echt niet alleen maar plunderaars hoor. Zo’n driehonderd jaar later is de kogge in opkomst. De kogges trekken langs de kusten van West- en Noord-Europa. Waar handel is zijn de kogges. Weer driehonderd jaar later varen VOC-schepen de wereld over. Ook op zoek naar handel. En weer driehonderd jaar later, zeg maar na de industriële revolutie, is het containerschip in opkomst.”

Reijer is trots op de geschiedenis van de kogge. En op Kampen natuurlijk. “De kogge verdient een plekje in de maritieme geschiedenis. Je kunt gerust stellen dat de koggetijd de voorloper is van de huidige Europese handelsstaat. Bij de kogge is het begonnen.”

Wat vind je van de informatie op deze pagina?