Op Excursie naar het mooiste gebied van Nederland

“Ik ben Jan Visscher en ik ga je het mooiste gebied van Nederland laten zien…”, zegt ‘IJsseldeltaman’ Jan Visscher voordat hij de trossen van zijn boot losgooit. Hij vaart vanaf de Ramspol het Ketelmeer op, richting de lagunes en eilandjes. Met de excursie wil hij weer nieuwe mensen laten kennismaken met het gebied waarvan hij houdt. “Mijn passie…”, klinkt het.

Het is zo’n bloedhete avond waarop de temperatuur maar heel langzaam naar beneden zakt. “Mooier kun je het niet krijgen: iedereen zit te stinken in zijn huis, wij zitten op het Ketelmeer”, jubelt Visscher, terwijl hij een blikje frisdrank opent. Visscher kan alleen met pretogen en enthousiasme vertellen over zijn gebied. Hij komt er zijn hele leven al. “Ik poepte de luier nog vol toen mijn vader me voor het eerst meenam.”

‘Pappe’ komt vaker terug in zijn verhaal. Net als Visscher een natuurmens pur sang: met jagen, riet snijden, vissen, biezen snijden en de nodige andere ambachten verdiende hij de kost. “Mijn vader heeft de Zuiderzee nog meegemaakt. Toen zag dit gebied er anders uit, maar het plan Lely veranderde alles. En in de jaren rond 2000 kwam er met de aanleg van de eilanden weer een grote verandering.”

Vader had de nieuwe aanblik niet kunnen waarderen, denkt Visscher. Zelf moest hij aanvankelijk ook even slikken, maar al snel omarmde hij wat nu een uniek natuurgebied is. “En ik zeg nog steeds dat ik ‘naar zee’ ga”, glimlacht Visscher, terwijl hij vertelt over de grote aantallen bijzondere vogels die dit gebied uitkiezen als territorium, net als de otter en bever. “Jongens, bruine kiekendief!”, roept de IJsseldeltaman ineens. De prachtige roofvogel vliegt aan bakboordkant voorbij. Voor Visscher is het beeld van de bruine kiekendief vanavond niet voldoende. Hij wil zijn gasten de machtige zeearend laten zien. Die broedt op het ‘vogeleiland’. Al van verre is zijn enorme nest te zien, maar de vogel is gevlogen. “Hoe kan dat nou toch? Zaterdagavond was hij er, zondagmiddag…”, moppert Visscher, die een uurtje later een nieuwe poging doet. Meneer en mevrouw Zeearend zijn echter nog steeds niet terug van visite, of waarschijnlijker een rooftocht.

Maar het Ketelmeer, zoals dit gebied heet, heeft meer te bieden. Even verderop toont Visscher de restanten van een beverburcht, die ooit ten prooi viel aan een storm. Bij dat natuurgeweld moet je hier niet op het water zijn, weet Visscher maar al te goed. “Dan is het nog echt ‘de zee’. Het kan spoken hoor, het waterpeil stijgt dan soms met meer dan een meter”, vertelt Visscher.

Dan lijkt het alsof de Zuiderzee nog even wil terugslaan naar de heer Lely, bedenker van de Wieringermeer, Flevoland en Noordoostpolder. Urk en Schokland raakten hun status van eiland kwijt. “Zie je die verhoging daar in de verte?”, vraagt Visscher. “Dat is Schokland. De eilandbewoners deden vroeger met de boot inkopen in Kampen. Op een aantal plekken is de oude route nog zichtbaar”, vertelt Visscher. Veel eilandbewoners zochten Kampen als nieuwe woonplaats uit, nadat het eiland in de 19e eeuw werd ontruimd.

“Koekoek!”, roept Visscher ineens weer als er een vogel voorbijvliegt. Even verderop staan zilverreigers in het water. “Wat een rijkdom”, herhaalt de IJsseldeltaman zichzelf nog een keer, terwijl hij zijn verrekijker aan boord laat rondgaan. Hij vertelt het verhaal van de bypass aan de andere kant van Kampen. Die maakt van de stad in feite een eiland. “Dat gaat ook heel mooi worden. Urkers plaag ik er graag mee: ‘straks is het in Urk, en op Kampen’, zeg ik dan.”

Ondertussen komt zijn haventje weer in zicht. Hij vaart deze zomer nog vaak uit om mensen uit het hele land ‘het mooiste stukje van Nederland’ te laten zien. Kijk op www.natuurexcursiesijsseldelta.nl voor de mogelijkheden.

Dit artikel was in week 30 te lezen in de Brugmedia kranten.